Nu in deze vreemde tijden er gelukkig ook kinderen geboren worden, die we als gemeente mogen dopen staan we voor de vraag hoe dat mogelijk is. Vanuit de landelijke kerk worden er goede, heldere richtlijnen geboden. Sommige kerken kiezen ervoor de predikant toe te staan om voor een paar seconden dichterbij de doopouders te staan om het water over de dopeling te gieten. Andere gemeenten kiezen ervoor gebruik te maken van een verlengde ‘doopschelp’, zodat de predikant het water over de dopeling kan gieten. Samen met andere gemeenten kiezen wij als Beatrixkerk ervoor dat de predikant wel de doopwoorden en zegen uitspreekt, maar dat één van de doopouders het water over de dopeling giet. Mag dat?
Rond het jaar 300 ontstond er in de kerk een grote discussie over de vraag of de doop overgedaan moest worden, als de priester die de doop verricht had van het geloof was afgevallen. De grote vervolgingen van die tijd maakte die vraag erg dringend. Je zou maar gedoopt zijn – en de predikant die je gedoopt heeft verklaart later publiekelijk niet meer te geloven. Dat is ontgoochelend…?! Volgens de stroming van de zogenaamde Donatisten moest de doop dan overgedaan worden. Maar de orthodoxe kerk erkende gaandeweg dat de waarde van het sacrament niet afhangt van degene die haar bedient. Het is het Woord van Christus wat aan de doop haar kracht verleent. Hij spreekt immers met macht. En Hij vertrouwt Zijn gemeente de verkondiging van het evangelie en de bediening van de sacramenten toe.
In de Katholieke kerk van Rome zijn de sacramenten volledig gekoppeld aan het priesterschap, en dus ‘de geestelijke’. Maar de kerken van de Reformatie hebben altijd benadrukt dat het de gemeente is die deze bevoegdheid ontvangen heeft. En de gemeente vertrouwt dit toe aan de predikanten. En als daar goede redenen voor zijn kan zij dit dus ook tijdelijk aan anderen toevertrouwen.
In deze buitengewone tijden maken wij als gemeente in en rondom de Beatrixkerk niet zozeer een katholieke keuze, maar een oer-protestantse keuze . Een keuze die past bij de kerk van de eerste eeuwen, namelijk dat de geldigheid van de doop niet afhangt wie haar bedient. De geldigheid van de doop ligt in de belofte van Christus, die spreekt – in de kracht van Zijn Geest, dóór Zijn gemeente heen. In de Beatrixkerk dopen wij dankbaar, ook in deze tijden. En tijdelijk zullen wij dus zó dopen: de predikant zal de doopwoorden en zegen uitspreken, terwijl één van de ouders het doopwater over de dopeling mag gieten.
Moge God onze blijdschap vervullen, dankbaar voor Zijn trouw aan ons en onze kinderen.

U kunt dit artikel ook downloaden in pdf: